Dieren in de Grondwet

“Het is niet omdat dieren geen enkel besef hebben van de Grondwet, dat ze de bescherming van de grondwet niet broodnodig hebben.”

Dieren een naam geven, is dieren erkennen als vriend, toeverlaat, familielid, rechterhand of gewoon maatje. Een naam hebben is echter geen garantie op grondwettelijke bescherming. Onze grondwet rept er met geen woord over. Het is alsof dieren niet meetellen.

Gelukkig is 86% van de Belgen het erover eens dat ook dieren recht hebben op fundamentele bescherming van hun waardigheid. Dieren hebben nood aan een plaats in de grondwet. Dat verdienen ze, met of zonder naam.

Tijd voor politieke actie!

GAIA hoopt dat het belang en de ernst van de erkenning van dieren op het hoogst wetgevend niveau, dus in de Grondwet wordt onderkend en dat politieke actie wordt ondernomen om de opname van dieren in de Grondwet te realiseren.

Resultaten

Juli 2018: De kaap van de 150.000 handtekeningen is overschreden Juli 2018: De kaap van de 150.000 handtekeningen is overschreden
30 januari 2020: dieren krijgen eigen categorie in burgerlijk wetboek 30 januari 2020: dieren krijgen eigen categorie in burgerlijk wetboek

Downloads

  • pdf

    FAQ Dieren in de Grondwet

    Download
  • pdf

    Voorstel tot herziening van de Grondwet (C.Defraigne, S.De Bethune, 2017)

    Download
  • pdf

    Ipsos-enquête (2017)

    Download
  • pdf

    Petitie formulier

    Download

Het belang van de opname van dierenwelzijn in de Grondwet

Dierenwelzijn in de Grondwet opnemen zal dieren beter beschermen

In de hierarchië van de Belgische rechtsnormen staat de Grondwet helemaal bovenaan. Dit betekent dat lagere regelgeving (de wetten van het federale en de regionale parlement(en), de regelgeving van de lokale besturen en uitvoeringsbesluiten) de Grondwet moet naleven. Duurzame ontwikkeling, het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu en de godsdienstvrijheid zijn vastgelegd in de Grondwet, dierenwelzijn nog altijd niet. Indien verschillende rechten moeten worden afgewogen, waarvan één recht in de Grondwet staat (vb. religieuze vrijheid) en het andere niet (vb. de dierenwelzijnswet die vereist dat dieren met de minst pijnlijke methode moeten worden gedood), zal het recht dat in de Grondwet staat sterker doorwegen. Artikel 19 van de Grondwet bepaalt enkel dat de uitoefening van de eredienst vrij is tenzij er in het kader van die uitoefening misdrijven (strafbare wetsinbreuken) gepleegd worden. De Grondwet laat dus beperkingen aan de godsdienstvrijheid toe. Toch heeft het verbod op onverdoofd slachten aanleiding gegeven tot een heftige juridische discussie en langdurige procedures. Uiteindelijk heeft het Grondwettelijk Hof de knoop doorgehakt en in navolging van het Hof van Justitie van de EU het wettelijk verbod op onverdoofd slachten gevalideerd. Ook de uitoefening van andere grondrechten, naast religieuze vrijheid, kunnen een negatief effect hebben op het dierenwelzijn, zoals de vrijheid van meningsuiting van de kunstenaar (vb. dieren die worden mishandeld in een tentoonstelling).

De ervaring van GAIA met het verbod op onverdoofd slachten

Het verbod op onverdoofd slachten in het Vlaamse en Waalse Gewest was net daarom zeer moeilijk te bekomen. Zoals gezegd wordt de religieuze vrijheid immers beschermd in de Belgische Grondwet maar het dierenwelzijn niet. Een verbod op onverdoofd slachten stuit dan op veel protest van religieuze groeperingen die zich hiervoor baseren op het grondwettelijke beschermde recht op godsdienstvrijheid. De bewijslast verplaatst zich dan naar dierenbeschermers, zoals GAIA, om te bewijzen dat een verbod op onverdoofd slachten verenigbaar is met de vrijheid van religie. Deze omkering van de bewijslast maakt het in de praktijk zeer moeilijk om dieren te beschermen. Gelukkig oordeelde het Hof van Justitie in deze zaak op 17 december 2020 dat het Vlaams verbod op onverdoofd slachten toch een legitieme beperking is op de religieuze vrijheid. De praktische ervaring met en de complexiteit van deze procedure heeft GAIA evenwel geleerd dat het een prioriteit moet zijn om dierenwelzijn op gelijke hoogte te stellen met andere rechten in de Grondwet. GAIA wil ten alle koste vermijden dat dierenwelzijn als minderwaardig of achtergesteld wordt behandeld. Door dieren grondwettelijke bescherming te bieden, wordt het veel moeilijker voor rechters om het belang van dieren en hun welzijn te onderschatten of te miskennen. Rechters zullen dan minder de neiging hebben om dierenmishandelaars vrij te spreken of wreedheden en inbreuken op dierenbeschermende wetgeving met de mantel der liefde te bedekken. Precies omdat dieren grondwettelijke bescherming krijgen, klimmen ze hoger in de hiërarchie der rechtsregels. Rechters kunnen daar moeilijk naast kijken of er geen rekening mee houden.

Andere landen beschermen dieren al in de Grondwet

De opname van dieren in de Grondwet zou ook België haar voortrekkersrol inzake dierenwelzijn verder bestendigen. Andere landen gingen ons hierin al voor: dieren werden niet alleen erkend in de Grondwet van Duitsland (2002) en Luxemburg (2007) maar ook, onder andere, in de Sloveense (1991), Oostenrijkse (2013), Zwitserse (vanaf 1973), Egyptische (2014), Braziliaanse (1988) en Indische (1976) Grondwet. In Nederland werd eveneens een voorstel ingediend tot opneming in de Grondwet van een zorgplicht voor het welzijn van dieren.

De erkenning van dieren als wezens met gevoel in de wet

Hoewel dierenwelzijn nog niet is erkend in de Grondwet werd in 2018 en 2020 zowel op federaal en regionaal wetgevend niveau erkend dat dieren wezens zijn met gevoel die moeten worden beschermd.

In Brussel en Wallonië

De Brusselse ordonnantie van 6 december 2018 voegt een tweede lid toe aan artikel 1 van de Brusselse versie van de Dierenwelzijnswet, nl. ‘een dier is een levend wezen met gevoel, eigen belangen en waardigheid, dat bijzondere bescherming geniet.’ Op gelijkaardige wijze voorziet de Waalse Codex Dierenwelzijn van 4 oktober 2018 in artikel D.1.: ‘het dier is een gevoelig wezen dat behoeften heeft die volgens zijn aard specifiek zijn. Dit Wetboek strekt ertoe de gevoeligheid de beschermen en het welzijn van het dier te verzekeren.’

In het Burgerlijk Wetboek

Op 30 januari 2020 keurde de Kamer van Volksvertegenwoordigers eveneens een wetsvoorstel goed tot invoeging van artikel 3.39 in het Burgerlijk Wetboek. Deze bepaling voorziet: ‘dieren hebben een gevoelsvermogen en hebben biologische noden. De bepalingen met betrekking tot lichamelijke voorwerpen zijn op dieren van toepassing, met inachtneming van de wettelijke en reglementaire bepalingen ter bescherming van dieren en van de openbare orde.’

Deze wetgeving lijkt erop te wijzen dat dieren, naast de rechtscategorie van ‘personen’ en ‘goederen’, een derde afzonderlijke rechtscategorie uitmaken, waarvoor de rechtsregels inzake goederen van toepassing blijven. Deze wetgeving leidt er toe dat rechters in burgerlijke schillen over b.v. het hoederecht of het bezoekrecht van de hond bij echtscheidingsprocedures hun beslissing kunnen nemen in het belang van het dier. Of het belang van dieren kan primeren bij faillissementen van dierenkwekers waarbij de dieren in chaotische omstandigheden verkocht worden aan de hoogste bieder.

Hoe dieren in de Grondwet opnemen?

Artikel 7bis van de Grondwet

In 2017 en 2019 werden in de Senaat al twee wetsvoorstellen ingediend tot aanvulling van artikel 7bis van de Grondwet, dat duurzame ontwikkeling als een overheidsdoelstelling verankert in de Grondwet. Overeenkomstig deze voorstellen zou artikel 7bis van de Grondwet op volgende wijze kunnen worden aangevuld:

‘Titel Ibis. Algemene beleidsdoelstellingen van het federale België, de gemeenschappen en de gewesten

Art. 7bis. Bij de uitoefening van hun respectieve bevoegdheden streven de federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten de doelstellingen na van een duurzame ontwikkeling in haar sociale, economische en milieugebonden aspecten, rekening houdend met de solidariteit tussen de generaties.

Bij de uitoefening van hun respectieve bevoegdheden streven de Federale Staat, de Gemeenschappen en Gewesten naar zorg voor dieren als wezens met gevoel.’

In 2017 wijdde de Senaat al hoorzittingen aan de grondwettelijke bescherming van dieren, waaraan GAIA deelnam. Deze nieuwe aanvulling beoogt de zorg voor dieren en de bescherming van dieren, gezien hun gevoeligheid, als een bijkomende overheidsdoelstelling op te nemen. Alle overheden zijn dan gehouden de nodige maatregelen te nemen om het dierenwelzijn te beschermen. Ook het Grondwettelijk Hof zou bij de toetsing van grondwetsbepalingen rekening kunnen houden met de inhoud van artikel 7bis van de Grondwet.

Artikel 23 van de Grondwet

Een andere mogelijkheid is om het dierenwelzijn op te nemen in artikel 23 van de Grondwet. Deze bepaling, die een overzicht geeft van economische, sociale en culturele rechten, kan worden aangevuld met de bescherming van het dierenwelzijn, als een onderdeel van het reeds bestaande recht op de bescherming van een gezond leefmilieu. Dergelijke wijziging werd al voorgesteld als een amendement op het voorstel om dierenwelzijn in te voegen in artikel 7bis van de Grondwet:

Titel II. De Belgen en hun rechten

Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden.

Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel, rekening houdend met de overeenkomstige plichten, de economische, sociale en culturele rechten, waarvan ze de voorwaarden voor de uitoefening bepalen.

De rechten omvatten inzonderheid :

1° het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het raam van een algemeen wergelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk wergelegenheidspeil, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg en colelctief onderhandelen;

2° het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en sociale, geneeskundige en juridische bijstand;

3° het recht op een behoorlijke huisvesting;

4° het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu, wat de bescherming en het welzijn van dieren als wezens met gevoel inhoudt;

5° het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiiing;

6° het recht op gezinsbijslagen.’

De Belgische bevolking steunt het opnemen van dierenwelzijn in de Grondwet.

Naast het feit dat het juridisch mogelijk is om dieren in de Grondwet op te nemen - artikel 7bis en artikel 23 werden immers opengesteld voor herziening - wordt dit voorstel ook gedragen door de Belgische bevolking. Een IPSOS enquête (2017) onderzocht het maatschappelijk draagvlak voor de verankering van het dierenwelzijn en het respect voor dieren als wezens met gevoel in de Grondwet. 83% van de respondenten in Vlaanderen, Wallonië en Brussel beantwoordden deze vraag positief.

Tijd voor politieke actie!

GAIA hoopt dat het belang en de ernst van de erkenning van dieren op het hoogst wetgevend niveau, dus in de Grondwet wordt onderkent en dat politieke actie wordt ondernomen om de opname van dieren in de Grondwet te realiseren.

Open uw mailbox en maak een nieuw bericht aan. Klik op de eerste knop hieronder en plak de e-mailadressen in de adresbalk van uw nieuw bericht. Klik op de tweede knop en plak de tekst in uw nieuw bericht. Verzend, en u bent er!
Sluiten
De tekst is correct gekopieerd.