De Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP) heeft alle 12 klachten tegen GAIA’s sensibiliseringscampagne ‘Niet jouw melk’ verworpen. In haar beslissing van 19 juni 2026 bevestigt de Jury dat de campagne de regels voor niet-commerciële reclame respecteert en gebaseerd is op wetenschappelijk onderbouwde informatie.
Een informatie- en sensibiliseringscampagne
De campagne ‘Niet jouw melk’ werd gelanceerd om het publiek bewust te maken van de realiteit achter melkproductie. Ze belicht de natuurlijke band tussen een koe en haar kalf, en de gevolgen van hun vroege scheiding – een gangbare praktijk is in de melkindustrie.
Volgens de JEP doet de campagne wat ze beoogt: consumenten informeren en sensibiliseren. De Jury benadrukt dat de campagne dus geen specifieke personen of ondernemingen in hun beroepsactiviteit viseert, in tegenstelling tot wat sommige klagers beweerden.
Argumenten gebaseerd op wetenschap
In haar beslissing herinnert de JEP eraan dat de campagne de nadruk legt op “de biologische, wetenschappelijk aangetoonde, band tussen de moeder en het jong”. De Jury verwijst ook naar de conclusies van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), die de impact erkent van de scheiding tussen koe en kalf op stress en dierenwelzijn.
De Jury oordeelt dan ook dat de campagne “geen leugenachtige voorstelling van het gedrag van runderen geeft”.
Geen misleidende reclame
De JEP verwerpt ook de beschuldigingen dat de campagne misleidend zou zijn. Volgens de Jury beschikt het publiek over voldoende informatie om zich verder in het onderwerp te verdiepen, dankzij de aanvullende inhoud die GAIA ter beschikking stelt.
Wat de vermelding ‘denk aan plantaardige alternatieven’ betreft, oordeelt de Jury dat het consumenten enkel aanmoedigt om zich te informeren over de productiemethoden van koemelk en eventueel andere opties te overwegen. De campagne zet dus niet aan tot onevenwichtige of schadelijke voedingskeuzes.
Een belangrijke beslissing voor het maatschappelijk debat
GAIA is verheugd over deze beslissing, die bevestigt dat dierenbeschermingsorganisaties het recht hebben om burgers te informeren over de realiteit van de veehouderij en deel te nemen aan het maatschappelijk debat.
Ondanks het felle verzet van sommige landbouworganisaties tegen onze campagne bevestigt de Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame dat onze campagne gebaseerd is op wetenschappelijk onderbouwde informatie, niet misleidend is en op legitieme wijze bijdraagt aan het maatschappelijk debat over de melkproductie. We zijn tevreden dat deze beslissing bevestigt dat dierenrechtenorganisaties het recht hebben om burgers te informeren over de realiteit van de veehouderij en hen aan te moedigen tot reflectie over bestaande alternatieven.