De nieuwe wetgeving heeft dus betrekking op een breed scala aan huishoudproducten die dagelijks door miljoenen consumenten in Europa worden gebruikt.
Een verbod voor ingrediënten en eindproducten
De nieuwe regelgeving verbiedt dierproeven zowel voor ingrediënten als voor afgewerkte detergenten en oppervlakteactieve stoffen.
Bedrijven zullen geen dierproeven meer mogen uitvoeren om te voldoen aan de eisen van de detergentenverordening. In plaats daarvan zullen zij moderne alternatieve methoden moeten gebruiken, zoals in-vitrotests of computermodellering.
De aangenomen tekst vormt bovendien een duidelijke verbetering ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie, dat nog expliciete verwijzingen naar dierproeven bevatte en de deur openliet voor nieuwe testen. Deze verwijzingen zijn uiteindelijk tijdens het wetgevingsproces geschrapt.
Belangrijke tekortkomingen
Ondanks deze vooruitgang blijft het verbod onvolledig.
Ten eerste geldt het enkel voor tests die worden uitgevoerd “voor de doeleinden van deze verordening”. In de praktijk betekent dit dat dierproeven nog steeds kunnen worden vereist in het kader van andere Europese wetgevingen, met name de REACH-verordening, die de evaluatie van chemische stoffen regelt.
Daarnaast bestaat er, in tegenstelling tot de Europese cosmeticaregelgeving, geen verbod op het op de markt brengenvan detergenten die buiten de Europese Unie op dieren zijn getest.
Met andere woorden: sommige producten die elders in de wereld op dieren zijn getest, zouden nog steeds op de Europese markt kunnen worden verkocht.