#Kangaroosnotshoes

In Australië worden kangoeroes op grote schaal én op een wrede manier bejaagd en afgeslacht voor hun huid, geïmporteerd naar Europa, en verwerkt tot leer. Australië exporteert kangoeroehuiden -en leer naar Europa (mede naar Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Oostenrijk, Tsjechië, Griekenland, Italië, Slovakije, Spanje, Portugal, Noorwegen, Zweden, Bosnië en Herzegovina en Kroatië). Lederen kangoeroeproducten worden vanuit andere Europese landen geïmporteerd naar België.

Over een periode van 30 jaar werden er zo meer dan 90 miljoen buideldieren gedood. Daarmee heeft de kangoeroe de betreurenswaardige titel van meest bejaagde wilde diersoort ter wereld.

Naast dierenwelzijnsproblemen heeft de kangoeroejacht ook een negatieve impact op de bescherming van de kangoeroe als soort en houdt de kangoeroejacht een gevaar in voor de volksgezondheid.

Hoewel sommige bedrijven al hebben toegezegd om kangoeroeleer niet langer te gebruiken blijven bekende merken in de sportindustrie kangoeroeleer gebruiken. GAIA vraagt in de eerste plaats aan de grootste spelers, Nike en Adidas om, te stoppen met het gebruik van kangoeroeleer in hun producten. Adidas, als grootste gebruiker van kangoeroehuiden in de wereld, kan door haar beleid aan te passen de grootste impact hebben. GAIA vraagt ook aan de consument om geen producten meer te kopen van alle merken die nog kangoeroeleer gebruiken. Het is tijd om de transitie van (kangoeroe) leer naar synthetische, plantaardige en gerecycleerde materialen voor atletische schoenen, zoals voetbalschoenen, door te zetten.

Het is ethisch onjuist om kangoeroes te doden voor hun huid, zeker omdat er alternatieve synthetische, gerecycleerde en plantaardige materialen bestaan die dezelfde technische prestaties leveren als kangoeroeleer. Het is perfect mogelijk om alle schoenen, accessoires en motorkledij kangoeroevrij te maken. Een studie uit 2018 (Center for a humane economy) gaf aan dat 57% van de geproduceerde schoenen in de wereld gemaakt zijn van synthetische materialen, gevolgd door leer (25%) en textiel (18%). Er is dus geen enkele noodzaak om (kangoeroe)leer te gebruiken om schoenen te produceren.

Downloads

  • pdf

    Een antwoord op een aantal vaak gestelde vragen

    Download
  • pdf

    Rapport Center for a Humane Economy "Skin in the Game": AN INVESTIGATION INTO THE ILLEGAL TRADE OF KANGAROO PARTS IN CALIFORNIA

    Download
  • pdf

    Rapport Center for a Humane Economy: Taking a Closer Look at the Moral Fabric of Athletic Footwear

    Download

K-Leather

Kangoeroeleer (K-leather) wordt verwerkt in voetbal- en andere sportschoenen van Adidas en Nike, die samen meer dan 50% van het marktaandeel voor atletische schoenen bezitten, evenals in atletische schoenen van andere merken (vb. Asics, Lotto, Mizuno, New Balance, Puma en Umbro). Indien je voetbal- en andere sportschoenen van deze merken koopt is er een goede kans dat hier kangoeroeleer in is verwerkt en ondersteun je de industrie in kangoeroeleer.

GAIA hoopt dat in de eerste plaats Nike en Adidas, gezien hun machtspositie en voorbeeldfunctie, hun bezorgdheid over het kangoeroewelzijn laten blijken en stoppen met het gebruik van kangoeroeleer in al hun producten. Het Italiaanse sportschoenenmerk Diadora gaf al het goede voorbeeld nadat zij recentelijk aankondigde te zullen stoppen met het gebruik van kangoeroeleer tegen eind 2020. Ook Versace heeft al toegezegd geen kangoeroeleer meer te gebruiken. Kangoeroeleer wordt ook gebruikt voor het maken van motorpakken, bijvoorbeeld door het merk voor motorkledij Dianese, en wordt verwerkt in luxeschoenen -en accessoires. De verkoop van deze kangoeroeproducten houdt de kangoeroejacht in Australië mee in stand.

Dierenwelzijn

De Australische overheid legt een quotum vast dat bepaalt hoeveel kangoeroes mogen worden bejaagd met het oog op de verkoop van hun vlees en huiden aan, onder andere, België. Op basis van dit quotum worden jaarlijks naar schatting 1.6 miljoen kangoeroes, evenals jonge kangoeroes (‘joeys’) als bijkomende schade (‘collateral damage’), op brutale wijze bejaagd en gedood.

De wrede wijze waarop kangoeroejongen worden gedood

Er zijn gelijkenissen tussen dierenwelzijnsproblemen in de kangoeroejacht en in de zeehondenjacht: zowel zeehondenjongen als kangoeroejongen worden op wrede wijze gedood: zeehondenjongen worden doodgeknuppeld, en kangoeroejongen sterven een gelijkaardige of nog wredere dood.

Vrouwelijke kangoeroes die worden bejaagd hebben op elk moment van het jaar afhankelijke jongen bij zich: oftewel een jong in de buidel (‘pouch young’) of een jonge kangoeroe die niet meer in de buidel zit ( ‘young-at-foot’) die nadat hun moeder werd gedood oftewel respectievelijk zelf op wrede wijze worden gedood (zie 2.1) of aan hun lot worden overgelaten en een trage, pijnlijke dood sterven (zie 2.2.). Om aan deze wreedheden, inherent aan de kangoeroejacht, tegemoet te komen introduceerde de Kangaroo Industries Association van Australië een beleid waarbij een transitie naar het bejagen van enkel mannelijke kangoeroes wordt aangemoedigd. Deze regels zijn niet bindend en verhindert niet dat vrouwelijke kangoeroes en hun jongen worden bejaagd. Behalve praktische moeilijkheden (het is verre van eenvoudig om ’s nachts vrouwelijke kangoeroes te onderscheiden van jonge mannelijke kangoeroes) werd dergelijke intentie van de industrie niet wettelijk verplicht: het is en blijft toegelaten om vrouwelijke kangoeroes (en hun jongen) te bejagen, wat in de praktijk op een ongemeen wrede wijze gebeurt.

De ‘National Code of Practice for the Shooting of Kangaroos and Wallabies for Commercial Purposes’ (‘de Code’) voorziet richtlijnen inzake de wijze waarop kangoeroes worden bejaagd. Nadat de moederkangoeroe gedood is, vereist de Code dat de pouch joey ook wordt gedood door de nek van het jong te breken, het te onthoofden of dood te knuppelen. Onderzoek in het veld wees uit dat deze jonge kangoeroes (‘joeys’) met hun achterste poten tegen een hard object zoals een grote steen of de zijkant van de auto worden doodgeslagen of dat ze op de grond worden gelegd en er hard op hun hoofd wordt geschopt tot ze dood zijn of dat hun hoofd met een zwaar object (zoals een ijzeren staaf) wordt ingeslagen. Richtlijnen van de American Veterinary Medical Association geven aan dat deze methoden, waardoor, in het geval van de kangoeroejacht, een jager een joey met de eigen fysieke kracht moet doden veel verantwoordelijkheid legt bij de jager. Een joey kan enkel op snellere wijze gedood worden indien de jager goed getraind en bekwaam is. Indien de jager er niet in slaagt om met 1 klap ervoor te zorgen dat de joey het bewustzijn verliest, lijdt de joey ernstig tot zijn dood. De Code bepaalt dat joeys zonder pels geen gevoelens zouden hebben en daarom geen pijn ervaren, hetgeen zou rechtvaardigen dat deze jongen worden onthoofd, hun nek wordt gebroken of dat ze worden doodgeknuppeld. Dat joeys geen gevoelsvermogen bezitten is weinig waarschijnlijk.

Joeys die meer dan 5 kg wegen worden in het beste geval neergeschoten met een schot in het hoofd of de borst. Indien een joey in de borst wordt geschoten duurt het seconden tot enkele minuten voor bewustzijnsverlies intreedt. Onderzoek toont evenwel aan dat zowat alle afhankelijke ‘young-at-foot’ kangoeroes na het overlijden van hun moeder aan hun lot worden overgelaten. Jagers nemen de moeite niet om deze jonge dieren te doden en ze sterven dan ook een trage, pijnlijke dood.

Het doden van volwassen kangoeroes

De Code vereist dat jagers kangoeroes doden met een schot in het hoofd (omvat de schedel, kaken, ogen, oren en muil). Kangoeroes worden ’s nachts bejaagd, hetgeen het bijzonder moeilijk maakt voor een jager om een precies schot of te vuren. Bijgevolg worden kangoeroes vaak in het lichaam (‘body shots’) beschoten, niet in hun hoofd (zoals vereist door de Code). Tussen 4 en 40% van de kangoeroes die commercieel worden bejaagd worden niet in het hoofd geschoten zoals wettelijk vereist, maar in de nek of in het lichaam. In 2015 werden tussen 65.284 en 652.839 kangoeroes niet in het hoofd beschoten. In dit aantal werden de vele gekwetste en ontsnapte kangoeroes die gewoon werden achtergelaten om te sterven en die soms lijden gedurende weken, niet bijgeteld. Een onderzoek toonde aan dat in 40% van de gevallen de jagers in de nek van de kangoeroe schoten, en niet in het hoofd. De Code geeft inderdaad aan ‘if an animal is not killed outright by the first shot then it will suffer until it can be killed’. De Code specificeert verder: ‘a misplaced head shot can result in a shattered jaw and if the animal escapes its likely to experience a prolonged period of significant pain and distress.’ Een schot op de kaak (hetgeen toegelaten is) zorgt ervoor dat een kangoeroe gewoon overleeft, nog een tijd zal overleven en lijden met een kapotgeschoten kaak. Gewonde kangoeroes worden vaak achtergelaten. Ook deze dieren sterven dus een langzame, pijnlijke dood.

Volksgezondheid

De omstandigheden waarin de kangoeroejacht plaatsvindt leiden tot een verhoogd risico van contaminatie met bacteriën zoals salmonella en E. coli. Kangoeroes worden zonder toezicht geslacht, karkassen worden (soms de hele nacht lang) getransporteerd in open, niet-gekoelde vrachtwagens en kangoeroes worden blootgesteld aan stof, vliegen en (te) hoge temperaturen. In 2015 stelde de voedseltoezichthouder van de Australische staat New South Wales vast dat hygiëneregels, die bestaan om kruisbesmetting te voorkomen, zijn overtreden. De toezichthouder stelde volgende schendingen vast: koelers gecontamineerd met oud bloed; vuile vloeren, muren en plafonds; karkassen die aan roestige haken hangen; een tekort aan water- en schoonmaakfaciliteiten,...

Kangoeroevlees wordt routinematig behandeld met melk- of azijnzuur om contaminatie te verminderen en te verbergen. In het verleden werd reeds een hoog niveau van salmonella en E. coli in kangoeroevlees voor menselijke consumptie aangetroffen. Rusland besloot al meermaals om de invoer van kangoeroevlees uit Australië te verbieden. Het laatste verbod dateert van 2014. Sinds 2015 stelde de Europese grenscontrole in 8 gevallen vast dat kangoeroevlees was gecontamineerd met E. coli. Dierenwelzijnsorganisaties, waaronder GAIA, voerden testen uit op kangoeroevlees beschikbaar in de Europese supermarkten. In verschillende Duitse en Nederlandse steekproeven werd E. coli gedetecteerd. Melkzuur werd gedetecteerd in steekproeven in alle landen. Het niveau van vastgesteld melkzuur (5.5 tot 9.5 g/kg, 9.5 in België) is hoog (in vergelijking met melkzuur dat van nature voorkomt). Dit verhoogd niveau is waarschijnlijk terug te brengen tot de gewoonlijke behandeling van het vlees met melkzuur, ter vervanging van goede hygiënische praktijken, om contaminatie te vermijden. Hoewel melkzuur infecties vermindert, is de mate waarin dit lukt variabel.

Zoals de coronacrisis belicht zijn 60% van opkomende infectieuze ziekten zoönosen (worden overgedragen van dier naar mens), waarvan 70% van wilde dieren komen. Kangoeroevlees wordt niet getest op vele voor de mens schadelijke pathogenen.

Soortenbescherming

Jaarlijks worden 1,6 miljoen kangoeroes gedood voor commerciële doeleinden, hetgeen vragen doet rijzen naar de duurzaamheid van deze jacht. De wijze waarop de Australische overheid de kangoeroepopulatie beheert kan sterk worden bekritiseerd: de door de overheid gebruikte methode om de kangoeroepopulatie vast te stellen is immers niet betrouwbaar. Met helikopters wordt, d.m.v. steekproeven, slechts een fractie van de werkelijke kangoeroepopulatie geteld. Het bekomen cijfer wordt dan vermenigvuldigd met (een) correctiefactor(en) (vb. afhankelijk van de temperatuur tijdens de telling wordt een correctiefactor ingezet). Hetgeen verontrustend is, is dat weinig informatie inzake de toepassing van deze correctiefactoren beschikbaar is. Wat we wel weten is dat correctiefactoren zijn verhoogd, wat leidt tot een inflatie van de populatiecijfers op basis waarvan jachtquota’s worden toegekend (15-20% van de populatie mag worden bejaagd). Deze almaar stijgende correctiefactoren leiden tot niet-representatieve, en dus onbetrouwbare populatiecijfers.

GAIA stelt zich ook ernstige vragen bij de nauwe verbondenheid tussen het programma om de populatie van kangoeroes te beheren en het commerciële circuit inzake de export van kangoeroevlees- en huiden naar, onder andere, België. Keer op keer blijkt dat een populatiebeheersprogramma, nauw verbonden aan een commerciële industrie, er niet in slaagt om haar objectiviteit te bewaren. In het geval van de zeehondenjacht in Canada, de walvisjacht en de visvangst is gebleken dat de nauwe verbondenheid tussen populatiebeheer en de commerciële industrie een nefaste invloed had en heeft op de bescherming van wilde diersoorten. In de praktijk blijken commerciële belangen zwaarder door te wegen dan de belangen van de beheerde diersoorten.

Open uw mailbox en maak een nieuw bericht aan. Klik op de eerste knop hieronder en plak de e-mailadressen in de adresbalk van uw nieuw bericht. Klik op de tweede knop en plak de tekst in uw nieuw bericht. Verzend, en u bent er!
Sluiten
De tekst is correct gekopieerd.