Een haalbare strategie voor steeds minder experimenten op dieren

Een haalbare strategie voor steeds minder experimenten op dieren

GAIA informeert
18 maart 2016

De 6 prioriteiten van GAIA

In 2014 werden er in Belgische labo’s 664.471 dieren onderworpen aan allerlei tests. Alweer een stijging in vergelijking met het jaar daarvoor. GAIA is voorstander van een ambitieuze politiek die alternatieve methodes voor dierproeven naar voren schuift. Zo’n politiek zou immers veel dierenleed in naam van de wetenschap en de volksgezondheid kunnen voorkomen. Daarom stelt GAIA 6 haalbare, doortastende prioriteiten voor.

1. De oprichting van een Centrum voor Alternatieven

Al sinds 2009 legt de wet in ons land een Centrum voor Alternatieven voor dierproeven op, maar de eerste steen is nog altijd niet gelegd. Op de GAIA-dag in oktober 2014 beloofden de regionale ministers van Dierenwelzijn nochtans dat ze de koppen bij elkaar zouden steken om één enkel centrum op te richten, eerder dan drie verschillende centra voor Vlaanderen, Wallonië en Brussel. In de wet van 9 juni 2009, goedgekeurd door de Belgische overheid, staat te lezen wat het op te richten Centrum voor Alternatieven moet doen: het stimuleren van het onderzoek, de ontwikkeling en de validatie van alternatieven voor dierproeven, onder meer via betrouwbaarheids- en nuttigheidstesten. Op papier voldoet deze wet aan de eisen van de Europese richtlijn betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt. Maar in de praktijk bestaat het Belgische Centrum voor Alternatieven vijf jaar nadat de wet werd gestemd nog steeds niet, en is België zijn eigen belofte dus nog niet nagekomen.

2. Een heffing op labodieren

Het is uiteraard van cruciaal belang dat er een voldoende groot budget wordt uitgetrokken voor de oprichting en de goede werking van een Belgisch Centrum voor Alternatieven. Waar de centen precies vandaan moeten komen? Toen Ben Weyts eind vorig jaar die vraag kreeg voorgeschoteld door Michel Vandenbosch in het Canvas-programma ‘Reyers Laat’ reageerde de minister als volgt: “Ik reken daarop ook op de bedrijven zelf, want zij zijn het uiteindelijk die gebruik zullen maken van alternatieve methodes voor dierproeven.” Maar ruim een half jaar later is er in dat verband nog niks gebeurd. GAIA komt op de proppen met een gloednieuw idee: een heffing op het gebruik van labodieren. Bedrijven en wetenschappelijke instellingen die gebruik maken van dierproeven zouden met andere woorden een bepaalde geldsom moeten betalen per laboratoriumdier dat ze houden en waar ze experimenten op uitvoeren. “Het principe van de ‘vervuiler’ betaalt”, verduidelijkt GAIA-voorzitter Michel Vandenbosch. “We hopen dat hen dat aan het denken zet. Het lijkt ons niet meer dan logisch dat de wetenschappelijke wereld een Belgisch Centrum voor Alternatieven helpt te financieren.” De Waalse minister van Dierenwelzijn Carlo Di Antonio (cdH) is het idee van GAIA in elk geval niet ongenegen. Op een recente ontmoeting met GAIA gaf hij duidelijk te kennen dat hij bereid is om het voorstel te bekijken. Ook de Brusselse staatssecretaris van Dierenwelzijn Bianca Debaets (CD&V) schuift het idee van een nieuwe heffing op het gebruik van labodieren niet meteen van tafel.

3. Het aantal proefdieren terugschroeven

Er is volgens GAIA een duidelijke strategie nodig om het aantal proefdieren terug te dringen, door jaarlijkse streefcijfers voorop te stellen. Bijvoorbeeld: elk jaar 5% minder labodieren. Daarvoor kunnen twee benaderingen worden gevolgd: a) Benadering volgens vakgebied.
Hoe? Het aantal dieren dat voor proeven wordt gebruikt structureel terugdringen in bepaalde vakgebieden, zoals toxicologische tests in het kader van de zoektocht naar nieuwe geneesmiddelen. Dat zijn meestal zeer pijnlijke proeven waarbij dieren vergiftigd worden. b) Benadering volgens soort.
Hoe? Het terugdringen en uiteindelijk helemaal stopzetten van proeven op bepaalde diersoorten: primaten, honden en katten. Deze benadering zal niet de grootste vermindering van het aantal labodieren met zich meebrengen, maar komt wel tegemoet aan de wens van de overgrote meerderheid van de Belgische bevolking. Heel wat Belgen zijn principieel gekant tegen proeven op primaten, honden en katten. Dit soort proeven verminderen en op termijn niet meer toelaten zou dus een bijzonder positief en progressief signaal zijn van ons land.

4. Een verbod op dierproeven voor schoonmaakmiddelen

In de Europese Unie zijn dierproeven voor cosmetica verboden. Sinds maart 2013 is het in Europa ook verboden om cosmetische producten in de handel te brengen waarvoor buiten de EU dierproeven hebben plaatsgevonden. In de EU vinden worden er echter nog altijd dierproeven uitgevoerd voor de productie van schoonmaakmiddelen. GAIA dringt erop aan dat dit soort dierproeven eveneens wordt verboden in alle Europese lidstaten, aangezien ze onnodig veel dierenleed met zich meebrengen. In ons land vinden zulke proeven trouwens niet plaats, maar een Europees verbod zou ook hier de deur definitief sluiten.

5. Transparantie over dierproeven

Momenteel verspreidt de FOD Volksgezondheid enkel jaarlijkse cijfers over het aantal proefdieren dat in ons land in de verschillende laboratoria wordt gebruikt. Deze cijfers geven echter geen enkele indicatie over de aard van de uitgevoerde experimenten. Het gaat louter om een samenraapsel van cijfers die de labo’s zelf aan de FOD Volksgezondheid hebben bezorgd. GAIA vraagt daarom dat de overheid naast de jaarlijkse cijfers over het aantal proefdieren ook veel meer gedetailleerde gegevens verstrekt: over de aard van de dierproeven die werden uitgevoerd, over het dierenleed dat werd veroorzaakt en over het aantal pijnlijke proeven dat dieren zonder verdoving ondergingen.

6. Een goed werkend Deontologisch Comité

Het Deontologisch Comité is een tot op heden federaal orgaan dat aan de bevoegde minister aanbevelingen verstrekt in verband met dierproeven. Er moet bijzondere aandacht uitgaan naar de samenstelling van dat Comité. Nu hebben de meeste leden ervan te sterke banden met labo’s die dierproeven uitvoeren. GAIA eist dat het Comité op een evenwichtige manier worden samengesteld, door er onder meer vertegenwoordigers van GAIA in op te nemen. “Het Comité mag geen doekje voor het bloeden blijven”, concludeert GAIA-voorzitter Michel Vandenbosch.

Meer nieuwsberichten over:
Open uw mailbox en maak een nieuw bericht aan. Klik op de eerste knop hieronder en plak de e-mailadressen in de adresbalk van uw nieuw bericht. Klik op de tweede knop en plak de tekst in uw nieuw bericht. Verzend, en u bent er!
Sluiten
De tekst is correct gekopieerd.