VLEESKALKOENEN

In oktober 2019 filmden terreinonderzoekers van GAIA in drie kalkoenkwekerijen in West-Vlaanderen de schrijnende situaties van een ongereglementeerde sector: duizenden opeengepakte kalkoenen, fel verzwakte, creperende en gewonde dieren, die allerlei letsels vertonen, kalkoenen met sterk beschadigd verenkleed, dieren met afgestorven huid op de kop en de flanken, kadavers in ver gevorderde staat van ontbinding, stalvloeren bedekt met uitwerpselen, kalkoenen besmeurd met uitwerpselen, … . We kunnen aannemen dat de beelden uit dit onderzoek representatief zijn voor de intensieve vleeskalkoenhouderij in België.

De kalkoen wordt vergeten door de wetgever.

In de laatste drie jaar werden in België jaarlijks meer dan 750.000 kalkoenen gekweekt en geslacht voor consumptie. Toch is er in ons land geen specifieke wetgeving om het welzijn van de vleeskalkoenen te beschermen. Er worden geen duidelijke wettelijke grenzen gesteld aan de bezettingsdichtheid: een kweker bepaalt zelf hoeveel kalkoenen hij/zij in een stal propt. Nog meer kalkoenen op elkaar persen, is praktisch niet mogelijk want dan zouden er nauwelijks nog dieren overleven en het sterftecijfer is nu al zo hoog.

GAIA eist dat de wetgever minstens de criteria van het eerste niveau, 1 ster Beter Leven Keurmerk en bij voorkeur 2 sterren, verankert in wetgeving. Zo moet er een langzamer groeiend ras gebruikt worden, meer ruimte voor de dieren, buitenloop en daglicht zijn en moet er strooimateriaal van voldoende kwaliteit gebruikt worden.

Michel Vandenbosch: “De intensieve kweek van kalkoenen is volledig ontaard. Het hele systeem is een walgelijke aanfluiting van de notie dierenwelzijn. De ronduit abominabele tot afschuwelijke toestand die onze waarnemers aantroffen in de bezochte kalkoenkwekerijen zijn het beste bewijs van waar het gebrek aan wetgeving toe kan leiden.

Downloads

  • pdf

    rapport_kalkoenen_def.pdf

    Download

Ernstig dierenleed

In oktober 2019 filmden terreinonderzoekers van GAIA de leefomstandigheden van vleeskalkoenen in 3 kwekerijen in West-Vlaanderen. Ze stelden ernstig dierenleed vast. In dergelijke kwekerijen, waarin nagenoeg geen plaats is voor zorg en bekommernis, laat staan afdoende zorg en bekommernis voor de dieren noch voor hun individuele welzijn, worden kalkoenen tot productie-eenheden gereduceerd. Het hele systeem is een walgelijke aanfluiting van de notie dierenwelzijn.

Hoe is het gesteld met de dieren in de intensieve kalkoenhouderij?

Ernstige poot- en bewegingsproblemen

Ernstige poot- en bewegingsproblemen mede veroorzaakt door het snel groeitempo van het ras ‘Hybrid Converter’. Hanen worden vetgemest van 170 g tot 16,47 kg op ongeveer 16 weken tijd, dat is een gewichtstoename van 200 g per dag. Hennen worden vetgemest van 170 g tot een slachtgewicht van bijna 10 kg op ongeveer 14 weken. Dat is een gewichtstoename van meer dan 140 g per dag.

Slechte stalhygiëne

Alle kalkoenen leven in hun eigen uitwerpselen en de uitwerpselen van soortgenoten. Ze zijn niet in staat om zichzelf schoon te maken (slechte stalhygiëne). De stalvloer is 'bekleed' met uitwerpselen, strooisel is bijna niet te zien. Vaak hebben de kalkoenen op hun lichaam vastgekoekte uitwerpselen.

Overvolle stallen

Tegen de slachtleeftijd zijn kalkoenen zo opeengepakt dat ze onmogelijk nog vrij kunnen bewegen in de stal. Zoveel mogelijk kalkoenen worden als productieeenheden op een zo klein mogelijke oppervlakte gehouden om zoveel mogelijk kalkoenvlees zo goedkoop mogelijk te produceren. Het welzijn van de individuele kalkoen telt niet of nauwelijks in het productieproces.

Hoog sterftecijfer

5% van de kalkoenhennen en 8-12% van de hanen sterven voor hun slachtleeftijd. De kalkoenindustrie en de wetenschappelijke literatuur verwijzen naar deze realiteit onder de noemer 'hoog uitvalpercentage'. Op een slachtronde van 16.000 vleeskalkoenen betekent dit dat 400 hennen (van de 8.000 hennen) en 480-720 hanen (van de 6.000 hanen) sterven voor de slachtleeftijd.

Dode huid

Beschadigend pikgedrag, wat leidt tot necrose (afgestorven huid, voornamelijk op kop en flanken). Kalkoenen in de intensieve kalkoenhouderij pikken elkaar uit stress en frustratie veroorzaakt door verschillende aspecten van de bedrijfsvoering zoals een slecht stalklimaat, de aanwezigheid van dode dieren of pootproblemen. Ook verstoringen van de pikorde door een hoge bezettingsgraad kunnen tot pikkerij leiden.

Verzwakt, kreupel, immobiel

Ook opvallend is hoe verzwakt veel vleeskalkoenen zijn door dit intensieve kweekproces: ze kunnen geen spierspanning meer zetten op hun poten of lichaam en zijn bijgevolg kreupel of immobiel. Verschillende dieren liggen 'in spagaat' of immobiel op de grond. Verzwakte kalkoenen hebben geen toegang meer tot de iets hoger hangende voeder- en drinkbakken, verliezen gewicht en sterven van de dorst/honger. Deze lijdende kalkoenen worden niet behandeld, verzorgd of uit hun lijden verlost.

Leven in eigen uitwerpselen

Kalkoenen hebben ook ademhalingsproblemen door voortdurend contact met of het liggen in hun eigen uitwerpselen (bevuild strooisel met bijtende ammoniak). Vleeskalkoenen opeengepakt in een stal met +- 15.000 soortgenoten leven in onhygiënische en vuileomstandigheden. Vleeskalkoenen brengen hun hele leven, dus gedurende de ‘slachtronde’ van 14-18 weken, in hun eigen en elkaars uitwerpselen door. De kalkoen is vuil onder de kiel (kraakbeenachtig deel waar vliegspieren aan gehecht zijn en de kalkoenfilet omlijst) waarop hij steunt als hij niet meer kan zitten. Aan het begin van de ‘slachtronde’ bedekt het strooisel de stalvloeren maar dit strooisel en de kalkoenen zelf raken snel bevuild door de dagelijkse opstapeling van uitwerpselen. Tijdens hun 3 à 4 maanden durende bestaan krijgen vleeskalkoenen niet één keer vers strooisel. In het beste geval worden wat houtkrullen of stro bijgestrooid maar deze aanpak is niet afdoende. De bodem van de stal is één lange aangekoekte laag van uitwerpselen. Bacteriën gedijen goed in vochtig strooisel.

Enkele cijfers

De laatste drie jaren werden in België meer dan 750.000 kalkoenen gekweekt en geslacht voor consumptie. In België situeert de intensieve kalkoenhouderij zich grotendeels in Vlaanderen. In Wallonië zijn er 2 biologische kalkoenkwekers. In Vlaanderen kweken 25 kalkoenkwekerijen (meestal gemengde bedrijven) kalkoenen.

In 2018 werden in Vlaanderen 765.452 kalkoenen en in Wallonië 906 kalkoenen. Er werden in België dus 766.357 kalkoenen geslacht, na kippen het meest geslachte gevogelte.

In 2015 consumeerden de Belgen gemiddeld 1.2 kilo kalkoenvlees per jaar.

Hybrid Converter

De Hybrid Converter is een ‘product’ dat letterlijk op maat van de intensieve veeteelt werd ‘ontwikkeld’ en werd geselecteerd op snelle groei en sterke, hoge poten, die het onnatuurlijk zware karkas kunnen dragen en er tegelijkertijd voor zorgen dat er meer ruimte is tussen het kalkoenenlichaam en de bodem van de stal die vol met uitwerpselen ligt.

Wat wil GAIA?

GAIA vindt de huidige toestand van de gangbare Vlaamse vleeskalkoenkwekerijen volstrekt onaanvaardbaar: de Vlaamse kalkoen groeit te snel, leeft 24 uur per dag in uitwerpselen, zit te dicht opeen gepropt met soortgenoten, enz. Kortom, in de conventionele, intensieve kalkoenhouderij leven kalkoenen in dieronwaardige en dieronterende omstandigheden die totaal onverenigbaar zijn met hun welzijnsnoden.

In België is er geen specifieke wetgeving ter bescherming van het welzijn van de vleeskalkoenen. Zo is er geen maximale bezettingsdichtheid, onvoldoende vereisten i.v.m. strooisel, stalklimaat, verlichting, huisvesting en afleidingsmateriaal. Ook op Europees niveau is er geen specifieke wetgeving om de kalkoen, het 6de meest voorkomende dier dat wordt gehouden voor menselijke consumptie in Europa, te beschermen.

Er is dringend nood aan specifieke dierenwelzijnswetgeving ter bescherming van de kalkoen. De wetgever moet op zijn minst de criteria van het eerste niveau (1 ster Beter Leven Keurmerk) verankeren in wetgeving. Deze criteria vormen, in vergelijking met de wantoestanden in de gangbare intensieve kalkoenkwekerijen, een reële verbetering voor het dierenwelzijn. Pas bij het gebruik van die eerste ster kunnen we echt praten over meer dierenwelzijn, zoals: Er wordt een langzamer groeiend ras gebruikt;

  • Meer ruimte in de stal;
    
  • Strooimateriaal van voldoende kwaliteit;
    
  • Overdekte uitloop;
    
  • Daglicht;
    
  • Voeding en verrijking (stro/hooi/luzernebalen/…).
    

Daarnaast vraag GAIA aan alle supermarktketens en horecazaken om hun lastenboeken voor kalkoen aan te passen en geen vlees meer te verkopen van kalkoenen die in de vastgestelde omstandigheden worden gehouden

Open uw mailbox en maak een nieuw bericht aan. Klik op de eerste knop hieronder en plak de e-mailadressen in de adresbalk van uw nieuw bericht. Klik op de tweede knop en plak de tekst in uw nieuw bericht. Verzend, en u bent er!
Sluiten
De tekst is correct gekopieerd.